Zoeken:
— Welkom bij Bel Canto!
Een operakoor met ambities. Iedere twee jaar een productie op de planken met alles erop en eraan.
Meedoen? Kaarten kopen? Vrienden worden? Of ben je gewoon nieuwsgierig? Kijk gerust rond. Wees welkom op onze site!

Onze dirigent Marco Bons

1. Hoelang ben je dirigent van Belcanto, welke opera’s heb je met hen gedaan en hoe heb je dat ervaren.

 

Ik ben bij Belcanto begonnen in december 2010. Laten we gemakshalve maar rekenen vanaf januari 2011 en dan blijkt dat er in die vier jaar “slechts” twee producties onder mijn leiding op de planken zijn gebracht. Nu is “slechts” verre van negatief bedoeld omdat de werkwijze van Belcanto erop gericht is om elke twee jaar een nieuwe productie te brengen.

Wil je als amateurvereniging iets groots en vooral goeds neerzetten dan zal je daar tijd in moeten steken. Repetitietijd, maar zoals iedereen weet is tijd vooral ook nodig om de subsidies te vergaren want zonder die loopt er helemaal niets.

En zo zijn er nog meer substantiële vereisten die nodig zijn om ons product in goede staat over het voetlicht te brengen.

Deze werkwijze was mij niet vreemd vanwege mijn werkzaamheden in Rotterdam bij de Rotterdamse Opera(Ropera). Sinds 2000 heb ik daar vijf producties gedaan, de laatste in 2010. In 2012 gaf de gemeente Rotterdam geen subsidie meer vandaar onze samenwerking vorig jaar met Rotterdam in de Carmenproductie. Op die manier gaf ik de mensen van de Ropera de mogelijkheid om hun doelstellingen waar te maken en het leven van de vereniging te verlengen. Overigens gaat het momenteel goed in Rotterdam vanwege de medewerking aan een grote hoeveelheid uitvoeringen in mei en juni van “Feijenoord, de opera”. Daarmee staan we weer een beetje in de picture.

 

Samenwerking met een andere vereniging op afstand is leuk maar kent ook praktische problemen.

Uiteindelijk waren de uitvoeringen van Carmen zowel in IJmuiden als Rotterdam bijzonder geslaagd mede dankzij het eenvoudige, kale toneelconcept en de levendige, moderne regie van Machteld van Bronkhorst.

Natuurlijk hebben we theatraal flink bezuinigd en ook behoorlijk gesneden in de partituur van de Carmen. En de subsidies waren -naar alle waarschijnlijkheid- ook te danken aan het idee over de visverwerkingsindustrie in de haven van IJmuiden. Een eenmalig leuk idee met een uniek resultaat.

Een volgende keer zou ik de Carmen weer ietsje authentieker willen zien met minder knip- en plakwerk in de rollen en in de muziek.  We hadden in ieder geval allemaal onze handen vol aan het leren van tekst en muziek. Het is duidelijk gebleken dat Carmen een bekende, maar zeker geen gemakkelijk uitvoerbare opera is.

 

Mijn eerste productie bij Belcanto was Verdi’s Giovanna d’Arco in 2012. In 2010 in Rotterdam uitgevoerd was het geen onbekend werk voor mij. In zekere zin kon ik daardoor op een comfortabele manier bij Belcanto starten.

Natuurlijk kijk je dan weer anders tegen zo’n opera aan. Immers, elk koor reageert anders en beleeft het zingen van opera vanuit een eigen traditie. Ik vond Belcanto in het begin tamelijk traag reageren, niet alleen in muzikale zin maar ook zangtechnisch. Ik ben blij dat er al vrij snel wat meer vaart gerealiseerd kon worden. Het blijft echter wel een punt van aandacht wat vaak samenhangt met het actief en duidelijk plaatsen van medeklinkers.

Anders tegen deze opera aan keek ik vooral vanwege het regieconcept van Martin Michael Driessen. Deze onbekende Verdi opera kreeg een geniale personenregie waarin het koor een emotioneel zeer betrokken eigen plaats kreeg. Niet voor iedereen makkelijk, dat geef ik toe, maar na meerdere producties met Martin als regisseur weet ik dat hij door de menselijke actie op het toneel het publiek altijd meesleept en tot tranen roert.

 

 

 

2. Het volgende project wordt de Aida. Hoe zie je dat voor je, heb je daar ideeën over.

 

Veel zie ik nog niet want het meeste is nog niet besproken of staat in kinderschoenen. In elk geval zal Aida niet van Egyptische symbolen worden ontdaan, noch zal er in de partituur worden geknipt. De grote boog in Aida wordt in de eerste plaats gespannen door de liefde van Aida voor Radames die tot de allerlaatste maat –tot in de dood- standhoudt. De tegenwerkende krachten die deze liefde geen kans geven zijn oorlog en religieuze dogma’s en de rivale van Aida, nl. Amneris.

Olifanten en kamelen leven in de fantasie van vele operaliefhebbers wanneer je het over Aida hebt. Bij Verdi was daar zeker geen sprake van. Het verhaal en de muziek  zijn eindeloos veel meer dan die ene triomfmars uit de finale van de tweede akte. Zoals ik op de laatste repetitie al zei: deze finale is géén vrolijke muziek. Het is uiterlijk vertoon van een regiem in oorlogstijd, met de nodige demonstratieve bombast en veel patriottisme. Juist in die scene worden er besluiten genomen die voor de protagonisten aansturen op hun fatale einde in deze opera. Zonder dat we dat op het toneel hoeven te actualiseren is het een uiterst actueel drama. En Verdi’s geweldig gave dit alles muzikaal in balans te brengen maakt het voor mij tot een geniaal meesterwerk.

 

3. Wat zijn naar jou idee de sterke kanten van Belcanto en waar zouden ze zich meer in kunnen ontwikkelen.

 

Gezongen wordt er en ook met de nodige durf. Dat is niet bij elk koor vanzelfsprekend. Ik vind het ook prima wanneer we af en toe risico’s nemen en speciaal op de repetities(!) er met enthousiasme naast grijpen. Om natuurlijk uiteindelijk het allemaal goed te doen!

Waar ik me mee bezig zou willen houden en ook veel over nadenk is hoe we ons met zoveel verschillende timbres qua stemmen tot een eenheid kunnen ontwikkelen. Daarbij blijft het probleem spelen dat we te weinig mannen hebben, in het bijzonder tenoren en tweede bassen. De balans is daardoor zoek en de stemmen versmelten niet met elkaar vooral wanneer de mannenstemmen opgesplitst zijn.

Er valt naast hard werken dus nog wel wat te werven aan nieuwe leden en projectleden.

 

Ik geloof inmiddels dat  onze verstandhouding dusdanig is dat we elkaar behoorlijk begrijpen. Ik denk dat velen het met mij eens zijn wanneer ik zeg dat het studietempo nog steeds erg traag is.

Het principe van een amateurgroep haal ik weer even boven: Men repeteert één maal in de week en wanneer de week daarna eenzelfde fragment aan bod komt beginnen we weer van vooraf aan. Dat vind ik een kwalijke zaak omdat iedereen beschikt over de mogelijkheid om de muziek en tekst grondig te studeren. En daarmee bedoel ik niet achter het stuur of tijdens het koken, en ook niet pas  één maand voor de uitvoeringen. Maar per direct in stilte en geconcentreerd. Moeilijk in een tijd waar we via alle mogelijke apparaten in verbinding staan met de wereld om ons heen. Laten we proberen om dat los te laten en gewoon te zeggen: nu Aida en niets anders. Een halfuurtje per dag om te beginnen. En neem de kritiek op de repetities mee om thuis aan te werken zodat de repetities niet alleen maar bijeenkomsten maar een reeks ontwikkelingen zijn naar een steeds mooier resultaat.  

 

4. Ervan uitgaand dat je plezier beleefd aan het dirigeren van belcanto is de vraag waaraan je plezier beleefd.

 

Zonder plezier heeft het geen zin om dit beroep uit te oefenen. Dat plezier lijkt soms schuil te gaan achter de kritische blik, maar misschien hoort dat nou juist bij dat plezier: het verbeteren van problematisch klinkende fragmenten. Polijsten en mooier maken voor het best haalbare resultaat. Je zou natuurlijk nooit tevreden kunnen zijn en als ik eerlijk ben zit er in een kunstenaar altijd wel een streven naar nog beter. In die zin is er niet echt een eindresultaat, hoogstens een stadium waar in je je bevindt. Dat is onze realiteit en dat geeft echt plezier!

 

5. Meer persoonlijk; wilde jij altijd dirigent worden? Je bent violist toch? Hoe is die overstap tot stand gekomen en wat zou jij  nog willen in je  muzikale carrière.

 

Als zesjarige begon ik met vioolspelen, nadat ik met de noten vertrouwd was gemaakt op blokfluit en piano.

Als teenager kwam ik meer in aanraking met orkestmuziek, en dankzij het feit dat mijn broer als violist in het Rotterdams Philharmonisch Orkest een baan had en nog steeds heeft werd die liefde voor orkestmuziek alleen maar aangewakkerd. Samen met mijn ouders die vele jaren lang een concertabonnement hadden zat ik elke twee weken in de Rotterdamse Doelen naar het orkest te luisteren en te kijken. Verschillende dirigenten, verschillende solisten en de meest uiteenlopende muziekstijlen. Ook dat is muzikale vorming van onschatbare waarde.

Eenmaal concertmeester bij een Rotterdams jeugdorkest kreeg ik af en toe de kans om te dirigeren. Het werkte en sindsdien heeft het me niet meer losgelaten. Het resulteerde na mijn dirigentenopleiding in Utrecht al in de jaren ’90 naast mijn werk als violist tot veel dirigeerwerk bij uitstekende orkesten en ensembles.

Pas toen ik in 2009 een dirigeerconcours won heb ik mijn vioolspel geprivatiseerd.

Het beperkt zich dus nu tot de huis- en studeerkamer. Daar bestudeer ik de orkestpartijen van de orkestwerken die ik ga dirigeren. Ik noteer dan in de strijkerspartijen uniforme aanduidingen over het strijken en eventueel ook vingerzettingen. Doel daarvan is om vanaf de eerste repetitie eenheid te hebben in de strijkersgroep zodat bijvoorbeeld niet iedereen een andere kant opstrijkt. En natuurlijk zijn deze aanduidingen afgestemd op mijn eigen muzikale interpretatie.

Ervaring als violist is voor een dirigent van onschatbare waarde omdat de strijkinstrumenten in een orkest opereren als een koor. Ze zijn meervoudig bezet terwijl de blaasinstrumenten allemaal een eigen solistische partij hebben. Eenheid brengen in de strijkersgroep is een basisgegeven van het orkestdirigeren.

 

Zoals ik al eerder aangaf zit er in elke kunstenaar een streven naar beter en in die zin zal ik ook steeds op zoek zijn om het beste uit een groep zangers of instrumentalisten te halen. Daarbij speelt er in je hoofd een bepaalde voorstelling die al naar gelang het niveau van de musici in klank omgezet wordt. In Nederland is het geweldig dat er zo enorm veel uitstekende amateurgezelschappen zijn die na een intensieve repetitieperiode met groot enthousiasme prima resultaten neerzetten.

Bij professionele gezelschappen vindt je musici die vanwege hun opleiding, talent en ervaring het technische stadium volledig beheersen waardoor je als dirigent snel aan de muziek kan gaan werken en nauwelijks noten hoeft in te studeren. Natuurlijk, als je mij vraagt wat ik zou wensen in mijn muzikale carrière dan staan directies bij professionele orkesten bovenaan de verlanglijst.

Dit professionele werkgebied heeft  zijn eigen netwerk en regels en in de eerste plaats zijn  contacten en je gezicht laten zien en eventueel je stem laten horen een onderdeel van het netwerken. Wat het uiteindelijk brengt kan echter niemand je vertellen. Je moet op het juiste moment op de juiste plek met de juiste persoon praten en/of gezien worden.

 

6. Met welke projecten, koren enz. ben je nog meer bezig naast belcanto.

 

Wat betreft koren heb ik naast Belcanto alleen het koor van de Rotterdamse Opera.

In zekere zin ben ik in de eerste plaats orkestdirigent met orkesten in Utrecht (de UMA, die zo fantastisch mooi hebben gespeeld bij de Carmen, maar ook bij Giovanna d’Arco), Den Haag en in Nijmegen (bijzonder, want dat is een blazersensemble!). Verder zijn er natuurlijk projectmatig veel werkzaamheden en heb ik ook mijn eigen professionele groep musici die, wanneer de financiën het toelaten, weer prachtige concerten geven. Daarnaast heb ik de nodige gastdirecties aan Oost Europese operahuizen, de afgelopen jaren in Boekarest, Belgrado, Bratislava, Banska Bystrica en Burgas. Erg leuk en spannend. Wat je hier in anderhalf jaar doet, gaat daar in maximaal twee weken. Het zijn dan ook professionele gezelschappen. Ze plannen echter op een zeer late basis in hun seizoensprogramma waardoor het met mijn drukke agenda lastig is om hun projecten in te plannen.

 

7. Wat vindt jij  nou een heel mooi muziekstuk, opera?

 

Daar kan ik geen eenduidig antwoord op geven. De stukken waar je op een bepaald moment mee bezig bent moet je je mee vereenzelvigen. Dat kan ook nieuwe muziek zijn die je nog niet kent en waar je met dezelfde overtuiging aan moet werken als bij een heel bekend werk. Natuurlijk zijn er stukken die altijd weer terugkomen en een soort eeuwige aantrekkingskracht lijken te bezitten. Dat kan een kort stuk zijn voor soloviool van Bach maar ook een Wagneropera. Of nieuwere klanken uit de twintigste eeuw als Strawinsky of Bartok. En vaak heb ik ook de behoefte aan iets heel anders in de vorm van jazz of popnummers. Soms heb ik ook helemaal niet die behoefte om juist dat ene specifieke stuk nu te horen ook al is het bijv. live op de radio. Dat heeft misschien te maken met het feit dat ik heel veel zelf met musiceren bezig ben.

 In ieder geval is momenteel Aida één van de grote favorieten.

 

8. Heb je naast je passie voor muziek nog andere hobby’s?

Passie voor muziek is niet genoeg om er beroepsmatig mee om te gaan en een hobby is het zeker niet. Maar zonder passie kun je de muziek wel vergeten. Het neemt dan ook een dusdanig prominente plek in waardoor er weinig tijd is om zich op andere interessante zaken te richten. Bovendien is er ook nog huishouden en administratief werk. Maar de interesses zijn er zeker: van jongs af aan ben ik gefascineerd door de astronomie. Op een meer aards vlak zou ik volgens mij heel goed kunnen koken maar is de tijd en het bijkomende geduld net iets te beperkt. Mijn vrouw die ook professioneel in de muziek actief is doet dat trouwens veel beter! Als het meezit kan ik met genoegen wel iets lekkers maken. Fietsen en wandelen zijn hobby’s omdat ik ze uitsluitend recreatief uitvoer. Ik kan vanwege de afstanden niet op de fiets naar mijn werk en probeer de gezondheid een beetje op peil te houden door met regelmaat te fietsen en te wandelen. Wat betreft de gezondheid hoort de hometrainer er natuurlijk ook bij.

Één hobby heeft mij in de vorm van gesloten dozen altijd achtervolgd. Sinds mijn achttiende heb ik er helemaal niet meer naar omgekeken, maar het spul is altijd meeverhuisd.

Totdat ik het zeven jaar geleden uitpakte en aan m’n schoonouders liet zien. Onverwoestbaar kinderspeelgoed voor volwassenen uit de jaren ‘60/’70: Modeltreinen van een bekend Duits merk. Sinds 2008 heb ik het bescheiden opgebouwd en het ontwerpen en plannen en het uitwerken van elektrische schakelingen in combinatie met digitale technieken op dit gebied geven me –wanneer de tijd het toelaat- het nodige plezier. Maar net zoals met muziek: het bevindt zich in een bepaald stadium.

Of het ooit afkomt…